In groep 1 en 2 worden leerlingen elke dag voorgelezen. Boeken die bij het thema passen lezen we vaker voor omdat we weten dat herhaald voorlezen zorgt voor een grotere woordenschat bij onze leerlingen.
Voor de vakantie hebben we gewerkt uit het boek Rikki en de maan. Dit boek hebben we meerdere keren voorgelezen. Telkens hebben we er een andere opdracht bij. De eerste keer luisteren we naar het verhaal. De tweede keer gaan we kijken wie de hoofdpersoon is, wie er nog meer belangrijk is voor het verhaal en wat er gebeurt. De derde keer moeten de kinderen luisteren of ze een bepaalde zin horen. Horen ze dit dan moeten ze gaan staan. De zin die ze gehoord hebben gebruiken we daarna voor een vingerpointreading les. We bekijken de hele zin en husselen daarna de zin. We maken er dan met elkaar weer een juiste zin van. Ondertussen kunnen de leerlingen spelen aan de verteltafel. Hier staan de hoofdpersonen uit het boek. Ze spelen hier hun eigen verhaal na.
De laatste keer hebben we het over gevoelens. Hoe voelt Rikki zich? Hoe zou jij je voelen? Als afsluiting vertellen we wat we van het boek vonden. Ik vind het leuk omdat…/ Ik vind het niet leuk omdat… Met de klas geven we 1,2,3,4, of 5 sterren aan een boek.
Voorlezen op een interactieve manier waarbij de leerlingen een hoge betrokkenheid tonen.


4-3-2026



